De zakelijke kredieten bij ING groeien snel, terwijl de bank daarvoor minder kapitaal als buffer hoeft aan te houden. Dat werkt gunstig uit op het rendement op eigen vermogen. Toch blijft de consumententak voorlopig de sterkste rendementsmotor.
ING’s zakelijke kredietportefeuille groeide in een jaar met 13,5 procent. De risicogewogen activa daalden tegelijkertijd juist met 3,1 procent. Die schaarbeweging betekent dat ING meer uitleent aan grote bedrijven zonder dat het meer kapitaal achter de hand hoeft te houden. Het kapitaalbeslag groeit niet mee.
Dat is opvallend. Vooral de zakelijke tak drukt zwaarder op het kapitaal van een bank dan een gewone lening. Het gaat veelal om complexere en risicovollere leningen dan een rechttoe rechtaan hypotheek aan een particulier.
Een bank moet tegenover de risico’s op haar balans een buffer van eigen vermogen aanhouden. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van de risicogewogen activa, kortweg RWA.
Die maatstaf geeft elke lening een risicoweging: laag voor een Duitse staatslening, hoog voor een consumptief krediet. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel kapitaalbuffers de bank moet aanhouden. Leningen tellen zwaarder mee naarmate de kans op verlies groter is.
Het maakt daardoor veel uit aan wie ING geld uitleent. Het consumentenonderdeel (Retail Banking) verstrekt vooral hypotheken, consumentenkredieten en leningen aan kleinere bedrijven. De grootzakelijke divisie (Wholesale Banking) financiert grote ondernemingen, financiële instellingen en omvangrijke projecten. Die zakelijke kredieten leggen gemiddeld een groter beslag op de kapitaalbuffer.
Bij ING is dat verschil goed zichtbaar. Eind juni stond bij het zakelijke onderdeel tegenover 214 miljard euro aan uitstaande kredieten 144 miljard euro aan RWA. Dat komt gemiddeld genomen neer op ongeveer 67 euro aan risicogewogen activa voor iedere 100 euro verstrekt krediet.
Bij de consumentenbank ging het om 544 miljard euro aan kredieten en 181 miljard euro aan RWA, oftewel 33 euro per 100 euro krediet. De vergelijking is niet volledig zuiver, omdat de RWA voor beide onderdelen ook andere risico’s en blootstellingen bevatten. Toch maakt het inzichtelijk hoeveel kapitaalintensiever zakelijke kredietverlening is.
En juist daar boekt ING in het tweede kwartaal van dit jaar de grootste verbetering. Eind 2025 begonnen de groei van de kredietportefeuille en die van de RWA al uiteen te lopen. In de eerste helft van dit jaar werd de kloof veel groter.
ING verstrekt meer leningen met relatief minder kapitaal 
Bron: publicaties ING. Percentages weerspiegelen de groei op jaarbasis.
ING verkoopt krediet, maar houdt de klant
Het samenspel van meer leningen met minder buffers betekent dat ING een manier heeft gevonden om kapitaallicht te groeien. ING verlaagde het kapitaalbeslag in het tweede kwartaal door delen van zakelijke leningen te verkopen, kredietrisico’s te verzekeren en een nieuwe ‘significant risk transfer’, kortweg SRT, zoals dat in bankenjargon heet, uit te voeren.
Daarbij neemt een externe partij een deel van de mogelijke verliezen over. De leningen kunnen op de balans blijven staan, maar tellen voor de kapitaaleisen minder zwaar mee. Dit overhevelen van risico’s verlaagde de RWA bij de grootzakelijke tak met 1 miljard euro.
Daarnaast selecteert ING volgens topman Steven van Rijswijk scherper welke zakelijke klanten voldoende opleveren tegenover het benodigde kapitaal. Minder aantrekkelijke leningen worden verkocht, afgebouwd of duurder geprijsd. Het doel: waardevolle klanten behouden en inkomsten uit dienstverlening, terwijl vrijgekomen kapitaal naar nieuwe kredieten of aandeelhouders kan.
Gratis is dat niet. Risico overdragen kost geld en kredieten met een lager risicogewicht leveren vaak minder marge op. ING mikt daarom volgens Van Rijswijk niet op de hoogste winst per lening, maar op de hoogste winst per euro kapitaal.
Minder RWA betekent bovendien niet dat het economische risico even sterk daalt. Een deel van mogelijke verliezen blijft bij ING, terwijl risicomodellen een neergang nooit precies voorspellen.
Bij oplopende betalingsproblemen kunnen kredietverliezen stijgen en kunnen risicotransfers duurder of moeilijker worden. De aanpak werkt dus alleen als de extra opbrengsten opwegen tegen de kosten en achterblijvende risico’s.
Retail blijft de rendementsmotor
Ondanks de verbetering bij de zakelijke tak blijft de consumententak vanuit rendementsperspectief aantrekkelijker. Een hypotheek heeft een woning als onderpand en vraagt daardoor doorgaans minder kapitaal dan een grote bedrijfsfinanciering. ING kan met een lagere rentemarge dan toch een aantrekkelijk rendement behalen.
Het verschil is fors. ING berekent per divisie hoeveel rendement wordt verdiend op een kapitaalbasis die overeenkomt met 13 procent van de RWA. Het rendement van de consumententak kwam in het tweede kwartaal uit op 27 procent. De zakelijke tak bleef steken op ongeveer 12,5 procent.
Bij het consumentenonderdeel groeiden de leningen en de risicogewogen activa bovendien veel gelijkmatiger. De uitstaande kredieten namen in een jaar met 7,6 procent toe, terwijl de RWA met 6,8 procent stegen. Meer krediet leidde daar dus, zoals gebruikelijk, ook tot meer kapitaalbeslag.
Dat lijkt minder spectaculair dan de ontwikkeling bij de zakelijke divisie, maar benadrukt het structurele verschil. Retail heeft van nature weinig kapitaal nodig. Bij Wholesale moet ING actief risico verkopen, verzekeren of anders structureren om het kapitaalbeslag te verlagen.
Bij Retail groeien krediet en kapitaalbeslag wel samen op 
Bron: publicaties ING. Percentages weerspiegelen de groei op jaarbasis.
De lat gaat verder omhoog
De verbetering van de kapitaalefficiëntie bij de grootzakelijke tak hielp ING om zijn rendementsverwachtingen te verhogen. Voor 2026 mikt de bank nu op een rendement op het tastbare eigen vermogen, de ROTE, van meer dan 15 procent. Voor 2027 ligt het doel boven 16 procent.
Beleggers belonen ING daar stevig voor. Bij een beurswaarde van bijna 85 miljard euro betalen zij inmiddels bijna 1,7 keer de boekwaarde van het eigen vermogen. Dat is de hoogste waardering in bijna twintig jaar.
Om die waardering vast te houden, moet ING bewijzen dat de groei van het zakelijke kredietboek structureel meer oplevert dan de risico-overdracht kost. Ook moet blijken dat de dalende RWA geen te rooskleurig beeld geven van de economische risico’s die ING zelf houdt. Pas dan werkt iedere euro aandeelhouderskapitaal werkelijk harder.